De teloorgang van ons EU-beleid: ‘Spruitjes-Revolutie’ vermorzelt kostbare traditie
6 juli, 2006
Dit artikel is verschenen in het september nummer van de Internationale Spectator, het toonaangevende maandblad van het Instituut Clingendael
Het kan er soms vreemd aan toegaan in de Nederlandse politiek. De regering breekt met een decennialang gekoesterde en breed gedragen Europa-conceptie. En wat denkt u? Heftige debatten in de Kamer? Kritische commentaren in de media? Vergeet het maar. De revolutie in ons EU-beleid mag zich in stilte voltrekken. Niettemin is er alle reden voor een luidruchtige contra-revolutie. De nauwelijks opgemerkte nieuwe visie van de regering is namelijk kortzichtig, inconsistent en schadelijk voor de Nederlandse positie in Brussel.
De belangrijkste wijziging van ons Europa-beleid is het loslaten van de fundamentele uitgangspunten. Nederland heeft sinds de oprichting van de Europese Gemeenschappen consequent gestreefd naar een steeds hechtere Europese samenwerking binnen een communautaire rechtsorde. Deze doelstelling was gebaseerd op de overtuiging dat een supranationale structuur veel slagvaardiger is dan intergouvernementele samenwerking. Het gemeenschappelijk belang kon hier prevaleren boven zuiver nationale zienswijzen. Ook werd het streven naar een supranationaal Europa uitdrukkelijk beschouwd als gunstig voor Nederland. Supranationaliteit was de beste garantie dat ook met de belangen van kleinere lidstaten voldoende rekening werd gehouden. Binnen intergouvernementele constructies kunnen de grotere lidstaten immers gemakkelijk zaken onder elkaar regelen, ten koste van minder machtige landen. Keer op keer heeft de regering beklemtoond dat deze opvatting gestoeld was op ervaringen in de praktijk.1 Lees verder…

