Kan ontwikkelingshulp de migratiestroom uit Afrika stoppen? In het huidige debat worden oorzaken en oplossingen van de problemen vooral in Europa gezocht in plaats van Afrika zelf: de EU voert neokoloniale politiek, beschermt de eigen markt, beschouwt Afrikanen als ongewenste vreemdelingen, laat multinationals fiscaal profiteren en doet te weinig aan ‘empowering’ van burgers om het economisch en politiek lot in eigen hand te nemen.

Deze kritiek is deels terecht, maar miskent tegelijkertijd de Europese inspanningen tot nu toe en de wijze waarop de Afrikanen er steeds weer zelf een potje van gemaakt hebben. Europese landen en de Europese Gemeenschap/EU hebben sinds de jaren zestig vele tientallen miljarden hulp verstrekt ter bestrijding van armoede en verbetering van economie en maatschappij. Veel Afrikaanse regimes voerden de door Europa verlangde economische en democratische aanpassingen echter niet door en lieten chaos, corruptie, repressie, geweld en mensenrechtenschendingen voortduren. Soms werd de hulp om die redenen stopgezet, maar daar was dan vooral de arme bevolking de dupe van. Vrijwel overal bleven de heersende elites de eigen familie en etnische groep bevoordelen ten koste van alle anderen. Aangelegde wegen, scholen en ziekenhuizen verpieterden vaak door slecht onderhoud. Machthebbers deden bitter weinig aan modernisering van de landbouw.

Al in het verdrag van Lomé (1975) werd aan Afrikaanse, Caribische en Pacific-landen ( ACP) een – niet wederzijdse! – voorkeurstoegang tot de Europese markt gegeven voor landbouwproducten. De geprivilegieerde markttoegang tot de EU versterkte echter de afhankelijkheid van niet industriële producten en leidde tot monoculturen van bijvoorbeeld cacao, suiker en bananen. Economische diversificatie en onderlinge handel bleven uit, wat ten koste ging van het concurrerend vermogen op langere termijn. De huidige economische groei in Afrika van zo’n 4% is grotendeels gebaseerd op de export van fossiele brandstoffen, ertsen en mineralen. Dit ‘gemakkelijk verdiende geld’ ontneemt machthebbers elke lust tot economische en democratische hervormingen. De bevolkingsgroei in Afrika slokt bovendien toegenomen nationaal inkomens op: bijna 5 kinderen per moeder gemiddeld. Het aantal inwoners, nu 1,1 miljard, zal de komende 40 jaar verdrievoudigen. Daar kan geen economische ontwikkeling tegenop.

In 1995 heeft de EU in Barcelona een breed samenwerkingsverband opgezet met landen rond de Middellandse Zee: Algerije, Israël, Jordanië, Libanon, Marokko, de Palestijnse Autoriteit, Syrië, Tunesië en Kadaffi’s Libië als waarnemer. Een economisch en financieel partnerschap zou tot een welvarende regio met onderlinge vrijhandel moeten leiden. Er werden afspraken gemaakt om elkaars territoriale integriteit te respecteren en conflicten vreedzaam bij te leggen. De ondertekenaars beloofden de ontwikkeling te bevorderen van fundamentele vrijheden en democratisch pluralisme. Een partnerschap in sociale, culturele en ‘menselijke’ zaken moest op alle niveaus begrip tussen de diverse bevolkingen bevorderen. De EU heeft vele miljarden in deze samenwerking geïnvesteerd en geeft er nog steeds meer dan een miljard per jaar aan uit. Niettemin zijn de ‘partnerschappen’ uitgedraaid op één groot fiasco. Het concept verraadt een verbijsterende Europese naïviteit. De ‘buurlanden’ van de EU vertikten het om onderling economisch, politiek of cultureel samen te werken. De Arabische Lente heeft even valse hoop gewerkt, maar de algehele situatie in de regio is nu aanzienlijk slechter dan vóór het zogenoemde ‘Barcelona proces’.

Ook al wegen de eigen economische belangen soms zwaarder dan die van ontwikkelingslanden, de EU en de lidstaten hebben decennia lang met wisselend succes gepoogd het lot van de armen in de wereld te verbeteren. Europa moet natuurlijk zijn verantwoordelijkheid blijven nemen. 1,2 miljard mensen zijn nog steeds extreem behoeftig. De spiraal van armoede en geweld moet worden doorbroken. Wel is het hoog tijd voor een fundamentele herbezinning op het beleid. Zonder drastische hervormingen in de Afrikaanse ontwikkelingslanden zelf is Europese handels- en ontwikkelingsbijstand gedoemd te mislukken.

Bob van den Bos is politicoloog en was lid van het Europees Parlement voor D66.